Keramiek is uit de klei getrokke
Keramiek is uit de klei
getrokken maar ook uit de geest van de vingers. Keramiek is de kunst van aarde
en vuur maar bij het werk van Judith de Vries ook de kunst van lucht en water en
van licht.
Haar vazen hebben kanten
kragen en dat kant heeft de eigenschap van de grootste ontdekking van de natuur,
genaamd irisering. Een onwaarschijnlijk mooie kwaliteit die je aantreft in
vogelveren, vlindervleugels, schubben van vissen, schelpen en in de regenboog,
het sieraad van de godin Iris.
Wie krijgt het in het
hoofd om die hoogste troef van de natuur te projecteren op zoiets elementairs
als klei ? Judith de Vries dus, de uitvindster van de keramische regenboog en
van de keramische weefkunst. Alles puur natuur en pure logica. Een zaak van de
dingen ontrafelen om iets kunstzinnigs te maken dat even natuurlijk is als de
natuur zelf.
En hoe zit het nu met
vorm en functie ? Er bestaat , zegt de wat dwarsliggende bioloog Adolf Portmann,
Schoonheid die niet tot functie is terug te voeren en die niet anders te duiden
is als zelfpresentatie. Zo’n insect zegt; “ ik ben mooi en opmerkelijk, zo maar,
voor mijn eigen plezier.”
Dat geldt, of dat waar
is of niet, wel voor de regenboog en voor het werk van Judith de Vries. Het
verheugt het oog en de rede en zichzelf.
( Dhr. Maarten Beks,
publicist).
INGEKLEURD PORSELEIN
De keramiek van Judith
de Vries is gemaakt van Franse porseleinklei uit Limoges. Deze witte klei kleurt
zij in met verschillende kleurpigmenten.
Op ingenieuze wijze
maakt zij van deze verschillende kleuren klei patronen, die vervolgens tot zeer
dunne plakken worden uitgerold.
In het boek “ Colour in
Clay” van Jane Waller, wordt deze techniek ook wel marquetterie of neriage
genoemd.
Op de lerarenopleiding
in Amsterdam in 1983 begon Judith met het inkleuren van klei. Een vriendin gaf
haar het boek “ Finding one’s way with clay” van Paulus Behrensohn. Dit boek was
haar eerste aanzet tot het inkleuren van klei. Ze experimenteerde met het mengen
van verschillende oxiden door de kleien later ook met commerciële kleurpigmenten
( bodystains).
Decoratie is bij deze
techniek een essentieel onderdeel van de vorm, en geen toevoeging achteraf.
De kom- en vaasvorm met
de rand als grens tussen binnen- en buitenkant, zijn voor Judith goede
basisvormen om haar ideeën tot uitdrukking te brengen.
WIT PORSELEIN
Het witte werk is in een
gasoven reducerend gestookt op 1240 graden.
Bij dit werk spelen
reliëf en doorschijnendheid van het porselein een belangrijke rol.
ARBEIDSINTENSIEF
De basisvorm waarop de
patroonplakken gestalte krijgen worden eerst op de draaischijf gedraaid en
afgedraaid.
De patroonplakken worden
zonder mal maar met behulp van ondersteunende vormen als dozen, potten en
flessen op de basisvorm gemonteerd.
Als de vorm in elkaar
zit, begint het uitvoerige proces van langzaam drogen en afwerken, schrapen,
schuren en polijsten. Dan worden de objecten eerst biscuit gebakken, dan
geglazuurd. Gedeeltes worden afgeplakt en met gekleurde porseleinslib bespoten
en nogmaals gebakken op 1220 graden in een elektrische oven.
Als de objecten uit de
oven komen worden ze nog een keer met heel fijn watervast schuurpapier
gepolijst.
Werken met deze
technieken in porselein vereist heel veel geduld, voorzichtigheid en
uithoudingsvermogen. Bij het schuren is een
verkeerde beweging
fataal en na het bakken verschijnen er bij gemiddeld een op de vier objecten
scheurtjes of ongewenste vervormingen.
Dit maakt degenen die
goed uit de oven komen extra waardevol.